* dat ik mij steeds meer thuis voel in mijn huis en tuin.
* onverwacht goede gesprekken via MSN.
* als Max rare spingeluiden maakt en zijn warme poezenlijf zich tegen mij aanvleit
maandag 6 september 2004, 23.13
Ken je het gevoel dat je alles aan kan?
Als je hart je influistert dat je het gewoon moet doen? Daarvoor heb ik mijn relatie van zeven jaar verbroken, gesolliciteerd naar een andere baan en ben ik verhuisd van Noord-Holland naar Noord-Brabant.
Toen ik op vakantie in Italie was, dacht ik bij thuiskomst aan Amstelveen in plaats van Den Bosch. Toch heb ik geen seconde getwijfeld om de tijd terug te willen draaien.
Het is goed zo.
Ik wil een andere weg inslaan en ik heb de eerste stap gezet.
Daarna ga ik net als Doornroosje een eeuw slapen in haar ondoordringbaar kasteel. Ik word niet wakker gekust door een prins op het witte paard en ik ben gelukkig ook niet honderd jaar geworden, alleen wel eenendertig.
Het is een van de oerbehoeften van het kind om van het begin af gerespecteerd en serieus genomen te worden in zijn verschillende ontwikkelingsfasen...
Om een gezonde ontwikkeling mogelijk te maken zouden de ouders van die kinderen eveneens in een dergelijk klimaat moeten zijn opgegroeid. Zulke ouders kunnen het kind het gevoel van veiligheid en geborgenheid geven waarin zijn vertrouwen kan groeien.
Ouders die zo'n klimaat als kind niet hebben gekend, zijn noodlijdend. Ze zoeken hun hele leven naar wat ze op het juiste moment niet van hun ouders hebben kunnen krijgen: iemand die helemaal op hen ingaat, hen volledig begrijpt en serieus neemt...
De moeder kijkt de baby aan die ze in haar armen houdt, de baby kijkt in het gezicht van zijn moeder en vindt zichzelf daarin terug, mits de moeder inderdaad het kleine unieke, hulpeloze wezentje aankijkt en niet haar eigen verwachtingen, angsten en plannen die ze voor het kind smeedt op het kind projecteert. In dat laatste geval ziet het kind in het gezicht van zijn moeder niet zichzelf, maar zijn moeder die in nood verkeert. Zelf wordt het niet weerspiegeld, en het zal zijn hele latere leven tevergeefs naar zo'n spiegel zoeken.
Men kan in de eerste twee levensjaren eindeloos veel doen met het kind, men kan het buigen, erover beschikken, het goede gewoonten bijbrengen, het slaan en straffen, zonder dat de opvoeder ook maar iets overkomt, zonder dat het kind zich wreekt. Het kind zal het aangedane onrecht zonder ernstige gevolgen overwinnen wanneer het zich mag verweren, dat wil zeggen, wanneer het zijn pijn en woede tot uiting mag brengen. Wanneer het kind echter verboden wordt op zijn eigen manier te reageren omdat de ouders zijn reacties (de kreet, de rouw, de woede) niet verdragen en deze met behulp van blikken of andere opvoedkundige maatregelen verbieden, dan zal het kind leren zwijgen.
Dat zwijgen bewijst weliswaar het effect van de pedagogische beginselen, maar is tegelijkertijd een haard voor gevaren tijdens de latere ontwikkeling.
Wanneer gepaste reacties op ondergane krenkingen, vernederingen en geweldplegingen in de ruimste zin des woords hebben moeten uitblijven, dan kunnen dergelijke ervaringen niet geintegreerd worden in de persoonlijkheid, dan blijven de gevoelens onderdrukt, dan blijft de behoefte ze uit te spreken onvervuld, dan is er zelfs niet de hoop ze ooit te kunnen uitspreken. Doordat zij niet mogen hopen hun onbewuste traumata ooit met de bijbehorende emoties tot uiting te kunnen brengen, komen de meeste mensen in ernstige psychische nood te verkeren.
Als kind leren wij natuurlijke gevoelens te onderdrukken en te ontkennen. Wij leren denken dat vernederingen en slaag voor ons bestwil worden uitgedeeld en ons geen pijn doen. Met die onjuiste informatie zijn onze hersenen toegerust wanneer we onze kinderen op dezelfde manier opvoeden en hen wijsmaken dat voor hen goed is wat zogenaamd ook voor ons goed is geweest.